Patiënten met het organisch psychosyndroom (OPS) - ook wel de schildersziekte genoemd - hebben aantoonbare afwijkingen in hun hersenen als gevolg van het contact met organische oplosmiddelen.
Dit kan via de huisarts, bedrijfsarts of medisch specialist.
De verwijzing gebeurt schriftelijk met een omschrijving van de klachten en een omschrijving van het werk of de stoffen waar patiënt mee werkt. Ook informatie over eerder verricht onderzoek wordt op prijs gesteld.
Om deze vraag te kunnen beantwoorden wordt eerst ingegaan op de gezondheidseffecten die kunnen optreden bij het werk met oplosmiddelen. Vervolgens worden de PMO-instrumenten beschreven. De wet- en regelgeving rond het werken met oplosmiddelen is de laatste jaren zo streng geworden dat bij naleving hiervan geen gezondheidseffecten door het werk met oplosmiddelen kunnen worden verwacht. PMO oplosmiddelenwerkers is alleen aangewezen in arbeidssituaties met een relatief hoge blootstelling (> 25% van de MAC-waarde).
Het risico op het ontstaan van OPS is afhankelijk van de hoogte en duur van de blootstelling aan oplosmiddelen of andere stoffen die neurotoxisch zijn. Onder de meer dan 400 patiënten bij wie in de afgelopen jaren de diagnose OPS gesteld werd, waren enkele schoonmakers.
Door het terugdringen van de blootstelling aan oplosmiddelen is de ziekte OPS (Organo Psycho Syndroom) in Nederland duidelijk op z'n retour. In bijgaande figuur is deze teruggang van het aantal nieuwe gevallen te zien. De cijfers komen van de beide Solvent Teams in Amsterdam en Enschede. Door deze gunstige ontwikkelingen kan men zich afvragen of screening op OPS nog wel nodig en nuttig is.
Figuur 1: Aantal vastgestelde CTE/OPS gevallen per jaar in Nederland 2005-2016